DetailPage-MSS-KB

Knowledge Base

Artikel ID: 163391 - Laatste beoordeling: donderdag 22 september 2005 - Wijziging: 3.0

Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL163391
Klik op 314095  (http://support.microsoft.com/kb/314095/ ) voor een Microsoft Windows XP-versie van dit artikel.

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt beschreven hoe u communicatieproblemen met servers op internet kunt oplossen met behulp van een internetbrowser, FTP of Telnet. In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat u verbinding kunt maken met en u kunt aanmelden bij uw internetprovider.

Meer informatie

Er doen zich communicatieproblemen voor met een server op internet om een van de volgende redenen:
  • De server functioneert niet goed of is tijdelijk van internet verwijderd.
  • Uw internetbrowser is niet correct geconfigureerd.
  • De TCP/IP-configuratie voor de inbelverbinding met uw internetprovider is niet correct.
  • De DNS-server (Domain Name Service) van de internetprovider werkt niet goed.
Voer de procedures in elk van de volgende secties in de aangegeven volgorde uit om het probleem te bepalen en op te lossen. Nadat u een procedure hebt voltooid, controleert u of u nu wel kunt communiceren met servers op internet.

Probeer een bekende, goed werkende server

Als u niet kunt communiceren met een specifieke server op internet, probeert u verbinding te maken met de website van Microsoft door de volledige domeinnaam (FQDN) te gebruiken:
http://www.microsoft.com/netherlands (http://www.microsoft.com)
Een FQDN bestaat uit een hostnaam en een domeinnaam. Als u via de FQDN verbinding kunt maken met de website van Microsoft, is de TCP/IP-configuratie op uw computer correct.

Als u wel verbinding kunt maken met de website van Microsoft maar niet met een andere specifieke internetsite na verschillende pogingen, is het mogelijk dat de andere site niet correct werkt of tijdelijk van internet is verwijderd. Probeer verbinding te maken met enkele verschillende websites. Als u met sommige websites wel, maar met andere geen verbinding kunt maken, neemt u contact op met uw internetprovider voor hulp. Uw internetprovider kan u helpen de oorzaak van het probleem te achterhalen.

Als u met geen enkele website verbinding kunt maken, ligt het probleem mogelijk bij de configuratie van uw internetbrowser of bij de TCP/IP-configuratie voor uw inbelverbinding met de internetprovider.

Controleer de browserconfiguratie

Controleer of uw internetbrowser verbinding met internet maakt via de inbelverbinding met uw internetprovider en of uw internetbrowser niet via een proxyserver verbinding met internet maakt.

Schakel het multilinking-protocol uit

Als het Multilinking-protocol (MP) is ingeschakeld en de PPP-server (Point-to-Point protocol) van uw internetprovider ondersteunt dit protocol niet, kunt u niet communiceren met servers op internet. Vraag uw internetprovider of u het Multilinking-protocol moet uitschakelen. Als u MSN, The Microsoft Network, gebruikt als internetprovider, moet u het Multilinking-protocol uitschakelen.

Kies de juiste methode om het Multilinking-protocol uit te schakelen:
  • Als Windows NT 4.0 Service Pack 1 of geen service pack is geïnstalleerd, kunt u het Multilinking-protocol uitschakelen door LCP-uitbreidingen uit te schakelen. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Klik op Start, wijs Programma's en Bureau-accessoires aan en klik op Inbelnetwerk.
    2. Klik op het telefoonnummer voor de Internet-provider in het vak Te kiezen nummer uit telefoonlijst.
    3. Klik op Meer en op Vermelding en modemeigenschappen bewerken.
    4. Open het tabblad Server, schakel het selectievakje PPP LCP-uitbreidingen inschakelen uit en klik op OK.
  • Raadpleeg het volgende artikel in de Microsoft Knowledge Base als u Windows NT 4.0 Service Pack 2 (SP2) hebt geïnstalleerd:
    Artikel-ID: 161368  (http://support.microsoft.com/kb/161368/ )
    Titel: Service Pack 2 veroorzaakt communicatieverlies bij externe toegang
  • Als Windows NT 4.0 Service Pack 3 (SP3) of hoger is geïnstalleerd, is het Multilinking-protocol automatisch uitgeschakeld voor inbelverbindingen waarvoor dit protocol niet vereist is.

Bevestig uw IP-adres

Als uw internetprovider u een statisch IP-adres heeft toegewezen, controleert u of de TCP/IP-configuratie voor de inbelverbinding met uw internetprovider de juiste informatie bevat. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
  1. Maak verbinding met uw internetprovider.
  2. Typ de volgende opdracht bij de opdrachtprompt:
    ipconfig /all
    Met de opdracht IPCONFIG /ALL geeft u de Windows TCP/IP-instellingen weer voor alle netwerkadapters en modemverbindingen. Het adres voor een modemverbinding wordt weergegeven als 'NDISWAN<x>-adapter', waarbij < x> een getal is. De standaardgateway voor de NDISWAN<x>-adapter is hetzelfde als het IP-adres. Dit is normaal en in het ontwerp zo bepaald. Het is mogelijk dat meer NDISWAN< x>-adapters worden weergegeven. Voor alle NDISWAN<x>-adapters die op dat moment niet worden gebruikt, worden nullen voor het IP-adres weergegeven.
  3. Als het vermelde IP-adres voor de inbelverbinding met uw internetprovider niet overeenkomt met het IP-adres dat u van de internetprovider hebt gekregen, geeft u de juiste instellingen op. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Klik op Start, wijs Programma's en Bureau-accessoires aan en klik op Inbelnetwerk.
    2. Klik op het telefoonnummer voor de Internet-provider in het vak Te kiezen nummer uit telefoonlijst.
    3. Klik op Meer en op Vermelding en modemeigenschappen bewerken.
    4. Open het tabblad Server en klik op TCP/IP-instellingen.
    5. Wijzig de TCP/IP-instellingen zodanig dat ze overeenkomen met de instellingen van de internetprovider. Klik op OK en klik nogmaals op OK.

Schakel de optie 'Standaard-gateway in het externe netwerk gebruiken' in

Als u verbinding maakt met een lokaal netwerk via een netwerkadapter en gelijktijdig verbinding maakt met uw internetprovider via een modem, configureert u de inbelverbinding zodanig dat eventuele routingconflicten worden opgelost in het voordeel van de inbelverbinding met de internetprovider. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
  1. Klik op Start, wijs Programma's en Bureau-accessoires aan en klik op Inbelnetwerk.
  2. Klik op het telefoonnummer voor de internetprovider in het vak Te kiezen nummer uit telefoonlijst.
  3. Klik op Meer en op Vermelding en modemeigenschappen bewerken.
  4. Open het tabblad Server en klik op TCP/IP-instellingen.
  5. Schakel het selectievakje Standaard-gateway in het externe netwerk gebruiken in en klik op OK.
  6. Klik op OK.

Kijk of het transmissielampje brandt

Als u verbinding maakt met een lokaal netwerk via een netwerkadapter en gelijktijdig verbinding maakt met uw internetprovider via een modem, kan het zijn dat er geen gegevens naar servers op internet kunnen worden verstuurd als gevolg van een conflict tussen de netwerkadapter en de modem. Voer de volgende stappen uit om te controleren of TCP/IP-pakketten via de modem naar uw internetprovider worden omgeleid:
  1. Maak verbinding met en meld u aan bij de internetprovider.
  2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Monitor voor inbelnetwerk op de taakbalk.
  3. Klik op Monitor voor inbelnetwerk openen en open het tabblad Voorkeuren.
  4. Klik onder Statuslampjes weergeven op Als venster op het bureaublad.
  5. Gebruik de opdracht PING om ervoor te zorgen dat de modem informatie verzendt. Typ hiervoor de volgende opdracht bij een opdrachtprompt:
    ping <IP-adres>
    waarbij <IP-adres> het IP-adres is van een bekende, goede server op internet. Als u geen IP-adres van een server op internet kent, gebruikt u het IP-adres van ftp.microsoft.com, 207.46.133.140.
In de Monitor voor inbelnetwerk worden de statuslampjes van de modem in een venster weergegeven. Als het lampje voor de overdracht (Tx) in Monitor voor inbelnetwerk knippert wanneer u een server op internet pingt, worden TCP/IP-gegevens via de modem naar de internetprovider omgeleid.

Als het lampje voor de overdracht (Tx) in Monitor voor inbelnetwerk niet knippert wanneer u een server op internet pingt, worden gegevens niet via de modem omgeleid. Controleer of het IP-adres dat de internetprovider aan uw inbelverbinding heeft toegewezen, niet hetzelfde is als het IP-adres voor de netwerkadapter of het loopback-stuurprogramma (als dat is geïnstalleerd). Bovendien mag het IP-adres van de netwerkadapter of het loopback-stuurprogramma zich niet op hetzelfde netwerk bevinden als het IP-adres dat de internetprovider aan uw inbelverbinding heeft toegewezen.

Ga als volgt te werk om de Windows TCP/IP-instellingen voor alle netwerkadapter- en modemverbindingen weer te geven:
  1. Maak verbinding met en meld u aan bij de internetprovider.
  2. Typ ipconfig /all bij een opdrachtprompt.
Het adres voor een modemverbinding wordt weergegeven als 'NDISWAN<x>-adapter', waarbij < x> een getal is. De standaardgateway voor de NDISWAN<x>-adapter is hetzelfde als het IP-adres. Dit is normaal en in het ontwerp zo bepaald. Het is mogelijk dat meer NDISWAN< x>-adapters worden weergegeven. Voor alle NDISWAN<x>-adapters die op dat moment niet worden gebruikt, worden nullen voor het IP-adres weergegeven. Controleer of de TCP/IP-instellingen voor uw netwerkadapter en inbelverbinding niet met elkaar in conflict zijn.

Start het onderdeel Netwerk in het Configuratiescherm om de TCP/IP-instellingen van uw netwerkadapter of loopback-stuurprogramma te wijzigen. Het onderdeel Netwerk is alleen bestemd voor uw netwerkadapters. Wanneer u het IP-adres voor de inbeladapter configureert, moeten alle configuratie-instellingen worden uitgevoerd met Inbelnetwerk.

Kijk of het ontvangstlampje brandt

Controleer of er een reactie komt van de internetserver waarmee u probeert te communiceren. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
  1. Maak verbinding met uw internetprovider.
  2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Monitor voor inbelnetwerk op de taakbalk.
  3. Klik op Monitor voor inbelnetwerk openen en open het tabblad Voorkeuren.
  4. Klik onder Statuslampjes weergeven op Als venster op het bureaublad.
  5. Gebruik de opdracht PING om ervoor te zorgen dat de modem informatie verzendt. Typ hiervoor de volgende opdracht bij een opdrachtprompt:
    ping <IP-adres>
    waarbij <IP-adres> het IP-adres is van een bekende, goede server op internet. Als u geen IP-adres van een server op internet kent, gebruikt u het IP-adres van ftp.microsoft.com, 207.46.133.140.
In de Monitor voor inbelnetwerk worden de statuslampjes van de modem in een venster weergegeven. Als het lampje voor ontvangst (Rx) in Monitor voor inbelnetwerk niet knippert wanneer u een server op internet pingt, worden geen gegevens van de internetprovider ontvangen. Neem contact op met de internetprovider voor hulp.

Als het lampje voor ontvangst (Rx) in Monitor voor inbelnetwerk knippert wanneer u een server op internet pingt, maar u kunt nog steeds geen verbinding met de server maken met behulp van de bijbehorende FQDN, dan kan dit duiden op een probleem met de naamomzetting.

Test de naamomzetting

Een DNS-server biedt functionaliteit voor het omzetten van hostnamen. Als u geen verbinding kunt maken met een server op internet met behulp van de bijbehorende FQDN (Fully Qualified Domain Name), kan dit duiden op een probleem met de DNS-configuratie van de inbelverbinding met de internetprovider of met de DNS-server van de internetprovider.

Ga als volgt te werk om vast te stellen of er een probleem is met de DNS-configuratie van de inbelverbinding met uw internetprovider:
  1. Typ ipconfig /all bij een opdrachtprompt om het IP-adres van uw DNS-server weer te geven. Als het IP-adres van de DNS-server niet wordt weergegeven, vraagt u ernaar bij uw internetprovider.
  2. Gebruik de opdracht PING voor het IP-adres van de DNS-server om te zien of u met de server kunt communiceren. Het bericht dat u ontvangt, ziet er ongeveer zo uit:
       Pingen naar ###.###.###.### met 32 bytes gegevens:
    
       Antwoord van ###.###.###.###: bytes=32 tijd=77ms TTL=28
       Antwoord van ###.###.###.###: bytes=32 tijd=80ms TTL=28
       Antwoord van ###.###.###.###: bytes=32 tijd=78ms TTL=28
       Antwoord van ###.###.###.###: bytes=32 tijd=79ms TTL=28
    						
    De reeks hekjes (###.###.###.###) stelt het IP-adres van de DNS-server voor.
Als het niet lukt om het IP-adres van de DNS-server te pingen, neemt u contact op met uw internetprovider om na te gaan of u het juiste IP-adres gebruikt en of uw DNS-server goed functioneert.

Als u met een PING-opdracht het IP-adres van de DNS-server kunt opvragen, maar via de FQDN geen verbinding krijgt met een server op internet, is het mogelijk dat de DNS-server hostnamen niet correct kan omzetten. Zijn er voor uw internetprovider meerdere DNS-servers beschikbaar, dan kunt u de computer zo configureren dat er een andere DNS-server wordt gebruikt. Als het probleem wordt opgelost door een andere DNS-server te gebruiken, neemt u contact op met uw internetprovider om het probleem met de oorspronkelijke DNS-server op te lossen.
Wanneer u het juiste IP-adres voor de DNS-server hebt vastgesteld, werkt u de TCP/IP-instellingen voor de inbelverbinding met de internetprovider bij. Als u het IP-adres van uw DNS-server wilt wijzigen of een geldig adres wilt toevoegen aan een telefoonlijstvermelding van Externe toegang, gaat u als volgt te werk:
  1. Klik op Start, wijs Programma's en Bureau-accessoires aan en klik op Inbelnetwerk.
  2. Klik op het telefoonnummer voor de internetprovider in het vak Te kiezen nummer uit telefoonlijst.
  3. Klik op Meer en op Vermelding en modemeigenschappen bewerken.
  4. Open het tabblad Server en klik op TCP/IP-instellingen.
  5. Klik op Adressen van naamservers opgeven en typ het juiste IP-adres in het vak Primaire DNS.
  6. Klik op OK en klik nogmaals op OK.

De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
  • Microsoft Windows 2000 Datacenter Server
  • Microsoft Windows NT Server 4.0 Standard Edition
  • Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Developer Edition
Trefwoorden: 
kbdialup kbnetwork kbfaq KB163391
Delen
Extra ondersteuningsopties
Microsoft Community Support-forums
Neem rechtstreeks contact met ons op
Een door Microsoft gecertificeerde partner zoeken
Microsoft Store