DetailPage-MSS-KB

Knowledge Base

Artikel ID: 211432 - Laatste beoordeling: maandag 31 maart 2008 - Wijziging: 3.1

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt beschreven wat kopteksten en voetteksten zijn, hoe ze van invloed zijn op de marge-instellingen, hoe u de positie ervan bepaalt, hoe u ze maakt en welke soorten kopteksten en voetteksten er zijn.

Meer informatie

Wat zijn kopteksten en voetteksten?

Een koptekst of voettekst bestaat uit tekst of afbeeldingen die meestal aan het begin of het einde van elke pagina in een document worden afgedrukt. Een koptekst wordt afgedrukt in de bovenmarge en een voettekst in de ondermarge.

Kopteksten en voetteksten kunnen heel eenvoudig zijn en bijvoorbeeld alleen de documenttitel en een paginanummer bevatten, maar u kunt ook kop- en voetteksten maken met afbeeldingen, verschillende alinea's en velden. U kunt een afzonderlijke koptekst of voettekst opgeven voor oneven en even pagina's of een afzonderlijke koptekst of voettekst gebruiken voor de eerste pagina van een sectie of document. Als u een document opsplitst in secties, kunt u in elke sectie verschillende kopteksten en voetteksten gebruiken. U kunt bijvoorbeeld de koptekst van de secties gebruiken om de titel van die sectie weer te geven.

Kopteksten en voetteksten toevoegen of verwijderen

Ga als volgt te werk om een koptekst of voettekst te maken:
  1. Klik op Koptekst en voettekst in het menu Beeld. De werkbalk Koptekst en voettekst wordt weergegeven en de afdrukweergave wordt geactiveerd.
  2. U kunt schakelen tussen de kop- en voettekst door op de werkbalk Koptekst en voettekst te klikken op de knop Koptekst of voettekst.
Er verschijnen nu twee kaders met stippellijnen die het gebied voor de koptekst en de voettekst aangeven. Deze stippellijnen worden niet afgedrukt. De tekst en afbeeldingen in het document zijn wel zichtbaar, maar worden lichter gekleurd weergegeven. U kunt de documenttekst weergeven of verbergen door op de werkbalk Koptekst en voettekst te klikken op de knop Tekst weergeven/verbergen.

De tekst in de koptekst of voettekst kunt u op dezelfde manier invoeren en opmaken als in het hoofddocument. Nadat u de koptekst of voettekst hebt gemaakt, klikt u op Sluiten in de werkbalk Koptekst en voettekst om terug te keren naar het hoofdgedeelte van het document. In de afdrukweergave (klik in het menu Beeld op Afdrukweergave) zijn de koptekst en voettekst wel zichtbaar, maar worden ze lichter gekleurd weergegeven.

Als u een bestaande kop- of voettekst wilt bewerken, klikt u op Koptekst en voettekst in het menu Beeld of activeert u de afdrukweergave en dubbelklikt u op de koptekst of voettekst (die lichter gekleurd wordt weergegeven).

Ga als volgt te werk om een koptekst of voettekst te verwijderen:
  1. Plaats de invoegpositie ergens in het tekstgebied van het document.
  2. Klik op Koptekst en voettekst in het menu Beeld.
  3. Selecteer de koptekst of voettekst die u wilt verwijderen en druk op Delete of Backspace.
  4. Klik op Sluiten in de werkbalk Koptekst en voettekst of dubbelklik in het tekstgebied van het document.

De invloed van kopteksten en voetteksten op de marge-instellingen

Kop- en voetteksten worden afgedrukt in de boven- en ondermarge. Als de koptekst of voettekst te groot is voor de marge, wordt de boven- of ondermarge aangepast om plaats te bieden aan de kop- of voettekst. Als de koptekst of voettekst verticaal te groot is voor de marge, wordt de marge naar beneden (koptekst) of naar boven (voettekst) uitgebreid. Hierdoor kan er minder tekst worden weergegeven in het tekstgebied van het document.

Ga als volgt te werk om te voorkomen dat Word het tekstgebied verschuift (omlaag of omhoog) wanneer de kop- of voettekst niet in de marge past:
  1. Klik op Pagina-instelling in het menu Bestand.
  2. Open het tabblad Marges.
  3. Typ een liggend streepje (-) vóór de ingestelde waarde bij Boven of Onder.
Opmerking Als de kop- of voettekst te groot is, kan de gewone inhoud van het document onzichtbaar worden.

De positie bepalen van kop- en voetteksten

U kunt desgewenst de positie van kop- en voetteksten wijzigen. De horizontale positie kunt u als volgt aanpassen:
  • De kop- of voettekst centreren tussen de linker- en rechtermarge.
  • De kop- of voettekst uitlijnen met de rechter- of linkermarge.
  • De kop- of voettekst laten doorlopen in de linker- of rechtermarge.
Kopteksten en voetteksten bevatten twee vooraf ingestelde tabs: gecentreerd tussen de standaardlinker- en rechtermarge (7,5 cm) en rechts uitgelijnd op de standaardrechtermarge (15 cm). Met behulp van deze tabs kunt u een hoofdstuktitel eenvoudig centreren of het paginanummer tegen de rechtermarge plaatsen. Als u de marges van het document wijzigt, kan het zinvol zijn deze tabs aan te passen.

Ga als volgt te werk om de horizontale positie van de inhoud van een kop- of voettekst te wijzigen:
  1. Klik op Koptekst en voettekst in het menu Beeld.
  2. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op de knoppen Volgende weergeven en Vorige weergeven om de kop- of voettekst weer te geven die u wilt aanpassen.
  3. Voer een of meer van de volgende handelingen uit om de positie van de kop- of voettekst te bepalen:
    • Als u tekst links wilt uitlijnen in een kop- of voettekst, begint u gewoon te typen. De tekst wordt dan links uitgelijnd weergegeven vanaf de linkermarge van het document.
    • Als u tekst wilt centreren, drukt u eenmaal op Tab om de invoegpositie te verplaatsen naar de middelste tab en typt u de tekst. De tekst wordt dan gecentreerd op de vooraf ingestelde tab.
    • Als u tekst rechts wilt uitlijnen in een kop- of voettekst, drukt u nog een keer op Tab om de invoegpositie bij de tweede tab te plaatsen en typt u de tekst.
    • Als u een koptekst of voettekst wilt maken die doorloopt in de linker- of rechtermarge, kunt u als volgt een negatieve waarde voor inspringen instellen:
    1. Klik op Alinea in het menu Opmaak.
    2. Open het tabblad Inspringingen en afstand.
    3. Typ een negatieve waarde voor links en/of rechts inspringen. Als de links uitgelijnde tekst in de koptekst bijvoorbeeld 1,25 cm moet doorlopen in de linkermarge, typt u -1,25 in het vak Links onder Inspringen. Een negatieve waarde voor links inspringen betekent dat de tekst in de linkermarge wordt weergegeven, terwijl een negatieve waarde voor rechts inspringen tot gevolg heeft dat de tekst naar rechts schuift en doorloopt in de rechtermarge.
  4. U kunt de uitlijning verder aanpassen met de uitlijningsknoppen op de werkbalk Opmaak, door verschillende tabs in te stellen op de liniaal of door de inspringmarkeringen op de liniaal te verslepen.
De verticale positie kunt u wijzigen door de afstand tussen het begin van de kop- of voettekst en de boven- of onderrand van de pagina aan te passen. U kunt ook de hoeveelheid ruimte tussen de koptekst of voettekst en de tekst in het hoofddocument wijzigen. Ga als volgt te werk om deze aanpassingen uit te voeren:
  1. Plaats de invoegpositie in het gebied van het document met de kop- of voettekst die u wilt aanpassen.
  2. Kies Pagina-instelling in het menu Bestand en open het tabblad Indeling.
    • Wijzig de waarde voor de optie Vanaf rand om de afstand tussen de rand van de pagina en de kop- of voettekst aan te passen. De standaardinstelling is 1,25 cm. Geef een hogere waarde op om de kop- of voettekst meer in het midden van het document te plaatsen. Geef een lagere waarde op om de kop- of voettekst dichter bij de rand van de pagina te plaatsen.
    • Als u de afstand wilt wijzigen tussen de documenttekst en een koptekst of voettekst, wijzigt u de instellingen voor Boven en Onder op het tabblad Marges Vergroot de bovenmarge om de documenttekst omlaag te schuiven, terwijl de koptekst de originele positie behoudt. Verklein de bovenmarge om de tekst van het document omhoog te schuiven, terwijl de koptekst de originele positie behoudt. Dezelfde principes gelden voor de ondermarge en de voettekst.
  3. Klik op OK om terug te keren naar het document.

Verschillende soorten kopteksten en voetteksten

Kop- en voetteksten voor eerste pagina

Ga als volgt te werk om een afzonderlijke koptekst of voettekst te maken voor de eerste pagina van een document of sectie:
  1. Plaats de invoegpositie op de eerste pagina van het document of de sectie en kies Koptekst en voettekst in het menu Beeld.
  2. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Pagina-instelling.
  3. Open het tabblad Indeling.
  4. Schakel onder Kop- en voetteksten het selectievakje Eerste pagina afwijkend in en klik op OK.
  5. Klik zo nodig op de knop Volgende weergeven of Vorige weergeven om naar de koptekst of voettekst voor de eerste pagina in het document of de sectie te gaan. De woorden 'Koptekst eerste pagina' of 'Voettekst eerste pagina' worden weergegeven linksboven in het vak voor de kop- of voettekst.
  6. Maak de kop- of voettekst die op de eerste pagina moet worden weergegeven. Als u geen kop- of voettekst wilt weergeven op de eerste pagina, laat u het vak voor de kop- of voettekst leeg.
  7. Klik op de knop Volgende weergeven om naar de koptekst of voettekst voor de volgende pagina's in het document of de sectie te gaan. Het woord 'Koptekst' of 'Voettekst' wordt weergegeven linksboven in het vak voor de kop- of voettekst.
  8. Maak de kop- of voettekst die u wilt gebruiken voor de rest van het document of de sectie. Als u geen kop- of voettekst wilt weergeven in de rest van het document of de sectie, laat u het vak voor de kop- of voettekst leeg.
  9. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Sluiten om terug te keren naar het document.

Verschillende kop- en voetteksten voor even en oneven pagina's

Ga als volgt te werk om verschillende kop- en voetteksten te maken voor even en oneven pagina's:
  1. Klik op Koptekst en voettekst in het menu Beeld.
  2. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Pagina-instelling.
  3. Open het tabblad Indeling.
  4. Schakel onder Kop- en voetteksten het selectievakje Even en oneven verschillend in en klik op OK. De optie wordt toegepast op het hele document.
  5. Klik zo nodig op de knop Volgende weergeven of Vorige weergeven om naar de koptekst of voettekst voor een even pagina te gaan. De woorden 'Koptekst even pagina' of 'Voettekst even pagina' worden weergegeven linksboven in het vak voor de kop- of voettekst.
  6. Maak de kop- of voettekst die u wilt gebruiken voor de even pagina's van het document of de sectie. Als u geen kop- of voettekst wilt weergeven op de even pagina's van het document of de sectie, laat u het vak voor de kop- of voettekst leeg.
  7. Klik op de knop Volgende weergeven of Vorige weergeven om naar de koptekst of voettekst voor de oneven pagina's te gaan. De woorden 'Koptekst oneven pagina' of 'Voettekst oneven pagina' worden weergegeven linksboven in het vak voor de kop- of voettekst.
  8. Maak de kop- of voettekst die u wilt gebruiken voor de oneven pagina's van het document of de sectie. Als u geen kop- of voettekst wilt weergeven op de oneven pagina's van het document of de sectie, laat u het vak voor de kop- of voettekst leeg.
  9. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Sluiten om terug te keren naar het document.
Klik voor meer informatie over het maken van verschillende kop- en voetteksten op Microsoft Word Help in het menu Help, typ verschillende kop- en voetteksten instellen in de Office-assistent of de antwoordwizard en klik vervolgens op Zoeken om de gevonden onderwerpen weer te geven.

Verschillende kopteksten en voetteksten maken voor secties van een document

Als u een document verdeelt in secties, worden de kop- en voetteksten van de eerste sectie standaard gebruikt voor alle volgende secties. Alle kop- en voetteksten in het document worden in eerste instantie gekoppeld, zodat de inhoud identiek is. Als u bijvoorbeeld de koptekst van de derde sectie in het document wijzigt, worden alle kopteksten in het document aangepast. Als kop- en voetteksten in de sectie met de invoegpositie zijn gekoppeld aan de vorige sectie, is de knop Koppeling naar vorige ingeschakeld op de werkbalk Koptekst en voettekst en worden de woorden 'Zelfde als vorige' weergegeven rechtsboven in het vak voor de kop- of voettekst.

Als u in een sectie een andere kop- of voettekst wilt gebruiken, moet u de koppeling met de voorgaande kop- of voettekst verbreken door op de werkbalk Koptekst en voettekst te klikken op de knop Koppeling naar vorige. Word gebruikt dan de kop- of voettekst van de huidige sectie voor alle volgende secties. Als u de koppeling tussen de kop- of voettekst in de huidige sectie en de voorgaande kop- of voetteksten wilt herstellen, klikt u nogmaals op de knop Koppeling naar vorige. De inhoud van de huidige kop- of voettekst wordt dan vervangen door de inhoud van de voorgaande kop- of voettekst.

Kop- en voetteksten in een sectie worden automatisch gekoppeld aan kop- en voetteksten uit de vorige sectie totdat u op de werkbalk Koptekst en voettekst op de knop Koppeling naar vorige klikt om de instelling uit te schakelen. Kopteksten worden alleen gekoppeld aan het type koptekst Koptekst en niet aan het type koptekst Koptekst eerste pagina. Een koptekst van het type Koptekst eerste pagina wordt alleen gekoppeld aan kopteksten van de eerste pagina.

Hieronder volgen de verschillende soorten koppelingen tussen kop- en voetteksten in een document:
  • Kopteksten worden gekoppeld aan kopteksten.
  • Voetteksten worden gekoppeld aan voetteksten.
  • Kopteksten van de eerste pagina worden gekoppeld aan kopteksten van de eerste pagina.
  • Voetteksten van de eerste pagina worden gekoppeld aan voetteksten van de eerste pagina.
  • Kopteksten voor oneven pagina's worden gekoppeld aan kopteksten voor oneven pagina's.
  • Voetteksten voor oneven pagina's worden gekoppeld aan voetteksten voor oneven pagina's.
  • Kopteksten voor even pagina's worden gekoppeld aan kopteksten voor even pagina's.
  • Voetteksten voor even pagina's worden gekoppeld aan voetteksten voor even pagina's.
Ga als volgt te werk om voor alle secties in een document afzonderlijke kop- of voetteksten te maken:
  1. Plaats de invoegpositie in de sectie met de kop- of voettekst die u wilt wijzigen (loskoppelen van de voorgaande kop- of voettekst).
  2. Klik op Koptekst en voettekst in het menu Beeld.
  3. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op de knop Koppeling naar vorige om kop- en voetteksten in de huidige sectie los te koppelen van de vorige sectie. De tekst 'Zelfde als vorige' wordt niet meer weergegeven rechtsboven in het vak voor de koptekst of de voettekst.
  4. Maak de koptekst of voettekst die u wilt gebruiken voor de huidige sectie:

    Opmerking Word gebruikt deze koptekst of voettekst ook voor alle volgende secties. Als u een afwijkende kop- of voettekst wilt maken voor de volgende secties, herhaalt u stap 3 en 4 in elke sectie.
  5. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Sluiten om terug te keren naar het document.
Ga als volgt te werk om een koptekst of voettekst opnieuw aan de voorgaande kop- of voettekst te koppelen:
  1. Plaats de invoegpositie in de sectie met de kop- of voettekst die u wilt koppelen aan de voorgaande kop- of voettekst.
  2. Klik op Koptekst en voettekst in het menu Beeld.
  3. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Koppeling naar vorige.

    Opmerking Als wordt gevraagd of u de huidige kop- of voettekst wilt verwijderen en de koppeling met de voorgaande kop- of voettekst wilt herstellen, klikt u op Ja. De voorgaande kop- of voettekst wordt nu herhaald in de huidige sectie.
  4. Klik op de werkbalk Koptekst en voettekst op Sluiten om terug te keren naar het document.
Voor meer informatie over kopteksten en voetteksten klikt u op Microsoft Word Help in het menu Help, typt u koptekst (of voettekst) in de Office-assistent of de antwoordwizard en klikt u vervolgens op Zoeken om de gevonden onderwerpen weer te geven.

Referenties

Klik op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base als u meer informatie wilt over kop- en voetteksten:
189175  (http://support.microsoft.com/kb/189175/ ) Word 2000: Incorrect veld SectionPages of NumPages bij afdrukken

207772  (http://support.microsoft.com/kb/207772/ ) Word 2000: Een sjabloon maken met verschillende kop- en voetteksten voor de eerste pagina of voor oneven en even pagina's

De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Word 2000 Standard Edition
  • Microsoft Office Word 2003
  • Microsoft Word 2002 Standard Edition
Trefwoorden: 
kbinfo kblayout KB211432
Delen
Extra ondersteuningsopties
Microsoft Community Support-forums
Neem rechtstreeks contact met ons op
Een door Microsoft gecertificeerde partner zoeken
Microsoft Store