DetailPage-MSS-KB

Knowledge Base

Artikel ID: 242468 - Laatste beoordeling: dinsdag 12 juni 2007 - Wijziging: 3.2

Op deze pagina

Samenvatting

Netsh.exe is een hulpprogramma dat beheerders kunnen gebruiken voor het configureren en controleren van Windows-computers vanaf een opdrachtprompt. Met het hulpprogramma Netsh.exe kunt u contextopdrachten die u invoert, richten tot de juiste helper, waarna de helper de opdracht uitvoert. Een helper is een DLL-bestand (Dynamic Link Library) waarmee de functionaliteit van het hulpprogramma Netsh.exe wordt uitgebreid met mogelijkheden voor het configureren, controleren en ondersteunen van een of meer services, hulpprogramma's of protocollen. De helper kan ook worden gebruikt ter uitbreiding van andere helpers.

Meer informatie

U kunt het hulpprogramma Netsh.exe gebruiken voor de volgende taken:
  • Configureren van interfaces.
  • Configureren van routeringsprotocollen.
  • Configureren van filters.
  • Configureren van routes.
  • Configureren van het RAS-gedrag van RAS-routers op Windows-besturingssystemen waarvoor de RRAS-service (Routering en RAS-server) wordt uitgevoerd.
  • De configuratie weergeven van een actieve router op een willekeurige computer.
  • De scriptfunctie gebruiken voor het uitvoeren van een verzameling opdrachten in batchmodus op een opgegeven router.
De syntaxis voor het hulpprogramma Netsh.exe is:
netsh [-r routernaam] [-a Aliasbestand] [-c Context] [Opdracht | -f Scriptbestand]
Als u een lijst wilt weergeven met subcontexten en opdrachten die in een context kunnen worden gebruikt, typt u bij de netsh-opdrachtprompt de contextnaam gevolgd door een spatie en een ?. Als u bijvoorbeeld een lijst wilt weergeven met subcontexten en opdrachten die u kunt gebruiken in de context /routing, typt u routing ? bij de netsh-opdrachtprompt en drukt u op Enter.

Contexten

Contexttekenreeksen worden aan het hulpprogramma Netsh.exe toegevoegd en worden doorgegeven aan een gekoppelde helper. De helper kan over een of meer toegangspunten beschikken die aan contexten zijn toegewezen. Dit zijn enkele contexten die in het hulpprogramma Netsh.exe beschikbaar zijn:

Contextopdracht: /dhcp
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de DHCP-context (Dynamic Host Configuration Protocol).

Contextopdracht: /ras
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de RAS-context (Remote Access Server).

Contextopdracht: /routing
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de routeringscontext.

Contextopdracht: /wins
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de WINS-context (Windows Internet Name Service).

Contexten kunnen ook binnen andere contexten genest zijn. De volgende contexten worden bijvoorbeeld binnen de ras-context van netsh uitgevoerd:

Contextopdracht: /ip
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de IP-context (Internet Protocol)

Contextopdracht: /ipx
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de IPX-context (Internetwork Packet Exchange).

Contextopdracht: /netbeui
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de NETBUI-context (NetBios Enhanced User Interface).

De volgende subcontexten worden uitgevoerd in de routerings-IP-context van netsh:

Contextopdracht: /autodhcp
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de autodhcp-subcontext.

Contextopdracht: /dnsproxy
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de dnsproxy-subcontext.

Contextopdracht: /igmp
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de IGMP-subcontext (Internet Group Membership Protocol).

Contextopdracht: /mib
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de MIB-subcontext (Management Information Base).

Contextopdracht: /nat
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de NAT-subcontext (Network Address Translation).

Contextopdracht: /ospf
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de OSFP-subcontext (Open Shortest Path First).

Contextopdracht: /relay
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de relay-subcontext.

Contextopdracht: /rip
Resultaat: Hiermee wordt overgeschakeld naar de RIP-subcontext (Routing Information Protocol).

Netsh.exe-opdrachten

U kunt de volgende aanvullende opdrachten gebruiken bij Netsh.exe:

Opmerking Optionele parameters worden tussen vierkante haken ([ ]) aangegeven. Alternatieve vermeldingen worden van elkaar gescheiden met het sluisteken (|).

Contextopdracht: /?
Resultaat: Hiermee wordt Help weergegeven.

Contextopdracht: /abort
Resultaat: Hiermee worden wijzigingen genegeerd die zijn aangebracht in de offlinemodus. Deze opdracht heeft geen effect in de onlinemodus.

Contextopdracht: /add helper-DLL-naam
Resultaat: Hiermee wordt het DLL-bestand van de helper geïnstalleerd in netsh.exe.

Contextopdracht: /alias [aliasnaam] [tekenreeks1] [tekenreeks2 ...]
Resultaat: Bij gebruik van alleen /alias worden alle aliassen weergegeven. Bij gebruik van /alias aliasnaam wordt de overeenkomstige tekenreeks weergegeven. Bij gebruik van /alias aliasnaam tekenreeks1 tekenreeks2 ... wordt de aliasnaam ingesteld voor de opgegeven tekenreeksen.

Contextopdracht: /bye
Resultaat: Hiermee wordt het programma afgesloten.

Contextopdracht: /commit
Resultaat: Hiermee worden wijzigingen die in de offlinemodus zijn aangebracht, toegepast op de router. Deze opdracht heeft geen effect in de onlinemodus.

Contextopdracht: /delete helper naam van DLL-bestand
Resultaat: Hiermee wordt het DLL-bestand van de helper verwijderd uit netsh.exe.

Contextopdracht: /dump -bestandsnaam
Resultaat: Hiermee wordt configuratie gedumpt in of toegevoegd aan een tekstbestand.

Contextopdracht: /exec naam van scriptbestand
Resultaat: Hiermee wordt het scriptbestand geladen en worden de opdrachten erin uitgevoerd.

Contextopdracht: /exit
Resultaat: Hiermee wordt het programma afgesloten.

Contextopdracht: /h
Resultaat: Hiermee wordt Help weergegeven.

Contextopdracht: /help
Resultaat: Hiermee wordt Help weergegeven.

Contextopdracht: /offline
Resultaat: Hiermee wordt de huidige modus ingesteld op de offlinemodus. De wijzigingen die in deze modus worden aangebracht, worden opgeslagen, maar de opdracht 'commit' of 'online' is vereist om de wijzigingen op de router toe te passen.

Contextopdracht: /online
Resultaat: Hiermee wordt de huidige modus ingesteld op de onlinemodus. Wijzigingen in deze modus worden onmiddellijk op de router toegepast.

Contextopdracht: /popd
Resultaat: Hiermee wordt een context uit de stack verwijderd.

Contextopdracht: /pushd
Resultaat: Hiermee wordt de huidige context op de stack geplaatst.

Contextopdracht: /quit
Resultaat: Hiermee wordt het programma afgesloten.

Contextopdracht: /set mode [mode =] online | offline
Resultaat: Hiermee wordt de huidige modus ingesteld op de online- of offlinemodus.

Contextopdracht: /show alias | helper | mode
Resultaat: Bij /show worden alle aliassen weergegeven. Bij /show helper worden alle helper op het hoogste niveau weergegeven. Bij /show mode wordt de huidige modus weergegeven.

Contextopdracht: /unalias aliasnaam
Resultaat: Hiermee wordt de opgegeven alias verwijderd.

Beschikbare DLL-bestanden van de helper

IP-configuratie van Routering en RAS - Ipmontr.dll
IPX-configuratie van Routering en RAS - Ipxmontr.dll
Interface - Ifmon.dll
RAS - Rasmontr.dll
DHCP - Dhcpmon.dll
WINS - Winsmon.dll

Gekoppelde registervermeldingen voor DLL-bestanden van helpers

HKEY_LOCAL_MACHINE/Software/Microsoft/NetSh/
REG_SZ: Ipmontr.dll
REG_SZ: Ipxmontr.dll
REG_SZ: Ifmon.dll
REG_SZ: Rasmontr.dll
REG_SZ: Dhcpmon.dll
REG_SZ: Winsmon.dll


Opmerking Als pogingen om Netsh dump -<bestandsnaam> te gebruiken om configuraties in een bestand te dumpen niet werken, kunt u de volgende syntaxis proberen: netsh dump >bestandsnaam of pad\bestandsnaam vanaf een opdrachtregel.

De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
  • Microsoft Windows 2000 Datacenter Server
Trefwoorden: 
kbinfo kbnetwork KB242468
Delen
Extra ondersteuningsopties
Microsoft Community Support-forums
Neem rechtstreeks contact met ons op
Een door Microsoft gecertificeerde partner zoeken
Microsoft Store