DetailPage-MSS-KB

Knowledge Base

Artikel ID: 253597 - Laatste beoordeling: vrijdag 7 april 2006 - Wijziging: 5.0

Deze hotfix is als download beschikbaar
Download deze hotfix nu
 

Samenvatting

In dit artikel wordt beschreven hoe u het hulpprogramma Schijfopruiming (Cleanmgr.exe) uitvoert met behulp van parameters op de opdrachtregel. Cleanmgr.exe is ontworpen om onnodige bestanden van de vaste schijf van de computer te wissen. U kunt bepaalde parameters op de opdrachtregel instellen voor Cleanmgr.exe om aan te geven welke bestanden u wilt opruimen. U kunt de taak vervolgens met behulp van het hulpprogramma Geplande taken zodanig plannen dat deze op een specifiek tijdstip wordt uitgevoerd.

Meer informatie

U start het hulpprogramma Schijfopruiming door Cleanmgr.exe uit te voeren of op Start te klikken en achtereenvolgens Programma's, Bureau-accessoires en Systeemwerkset aan te wijzen. Klik vervolgens op Schijfopruiming. Schijfopruiming kan met de volgende opdrachtregelopties worden gebruikt:
  • /d stationsletter: - Met deze optie geeft u het station op dat met Schijfopruiming moet worden opgeruimd. De optie /d wordt niet gebruikt in combinatie met /sagerun:n.
  • /sageset:n - Met deze optie geeft u het dialoogvenster Instellingen voor Schijfopruiming weer en wordt een registersleutel gemaakt waarin de geselecteerde instellingen worden opgeslagen. De waarde n (die wordt opgeslagen in het register) stelt u in staat om verschillende taken op te geven die door Schijfopruiming moeten worden uitgevoerd. De waarde n kan elk willekeurig geheel getal tussen 0 en 65535 zijn. Als u alle beschikbare opties voor de parameter /sageset wilt gebruiken, moet u aangeven op welk station Windows is geïnstalleerd.
  • /sagerun:n - Met deze optie worden de opgegeven taken uitgevoerd die zijn toegewezen aan de waarde n als u de optie \sageset gebruikt. Alle stations op de computer worden geïnventariseerd en het geselecteerde profiel wordt uitgevoerd voor elk station.

    U kunt in Geplande taken bijvoorbeeld de volgende opdracht uitvoeren nadat u de opdracht cleanmgr /sageset:11 hebt uitgevoerd:
    cleanmgr /sagerun:11
    Met deze opdracht wordt Schijfopruiming uitgevoerd op basis van de opties die zijn opgegeven bij de opdracht cleanmgr /sageset:11 .
U kunt in combinatie met /sageset en /sagerun de volgende opties opgeven voor Schijfopruiming:
  • Tijdelijke installatiebestanden - Deze bestanden hebt u niet meer nodig. Dit zijn bestanden die zijn gemaakt door een installatieprogramma dat niet meer actief is.
  • Gedownloade programmabestanden - Gedownloade programmabestanden zijn ActiveX-besturingselementen en Java-programma's die automatisch van internet worden gedownload als u bepaalde pagina's bekijkt. Deze bestanden worden tijdelijk opgeslagen in de map met gedownloade programmabestanden op de vaste schijf. Bij deze optie beschikt u over de knopBestanden weergeven, waarmee u kunt zien welke bestanden worden verwijderd. Met deze knop wordt de map C:\Winnt\Downloaded Program Files geopend.
  • Tijdelijke Internet-bestanden - De map met tijdelijke internetbestanden bevat webpagina's die zijn opgeslagen op de vaste schijf zodat deze snel kunnen worden weergegeven. De aangepaste instellingen voor webpagina's blijven intact. Bij deze optie beschikt u over de knopBestanden weergeven, waarmee u kunt zien welke bestanden worden verwijderd. Met deze knop wordt de map C:\Documents and Settings\gebruikersnaam\Local Settings\Temporary Internet Files\Content.IE5 weergegeven.
  • Oude Chkdsk-bestanden - Wanneer met Chkdsk een schijf op fouten wordt gecontroleerd, worden mogelijk verloren bestandsfragmenten als bestanden in de hoofdmap op de schijf opgeslagen. Deze bestanden zijn onnodig en kunnen worden verwijderd.
  • Prullenbak - De Prullenbak bevat bestanden die u van de computer hebt verwijderd. Deze bestanden worden pas permanent verwijderd wanneer u de Prullenbak leegmaakt. Bij deze optie beschikt u over de knopBestanden weergeven, waarmee de Prullenbak wordt geopend.
  • Tijdelijke bestanden - Programma's slaan soms tijdelijke bestanden in de map Temp op. Voordat een programma wordt afgesloten, worden deze gegevens doorgaans door het programma verwijderd. U kunt tijdelijke bestanden die gedurende de afgelopen week niet zijn gewijzigd veilig verwijderen.
  • Tijdelijke off line bestanden – Tijdelijke off line bestanden zijn lokale kopieën van recent gebruikte netwerkbestanden die automatisch in de cache worden opgeslagen, zodat u deze kunt gebruiken wanneer de verbinding met het netwerk is verbroken. Met de knop Bestanden weergeven wordt de map Off line bestanden geopend.
  • Off line bestanden - Off line bestanden zijn lokale kopieën van netwerkbestanden die u specifiek off line beschikbaar wilt maken, zodat u deze kunt gebruiken nadat u de verbinding met het netwerk hebt verbroken. Met de knop Bestanden weergeven wordt de map Off line bestanden geopend.
  • Oude bestanden comprimeren - Bestanden die u niet recentelijk hebt gebruikt, kunnen door Windows worden gecomprimeerd. Door het comprimeren van bestanden wordt schijfruimte bespaard, terwijl u de bestanden nog steeds kunt gebruiken. Er worden geen bestanden verwijderd. Aangezien bestanden met verschillende compressiefactoren worden gecomprimeerd, kan er slechts bij benadering worden aangegeven hoeveel schijfruimte hiermee kan worden bespaard. Met de knop Opties kunt u opgeven hoeveel dagen er moet worden gewacht voordat een ongebruikt bestand wordt gecomprimeerd.
  • Bestanden catalogiseren voor indexering - Met de Indexing-service wordt het zoeken naar bestanden versneld en verbeterd, dankzij het feit dat er een index van de bestanden op de schijf wordt bijgehouden. Deze bestanden vormen een overblijfsel van een eerdere indexeringsbewerking en kunnen probleemloos worden verwijderd.
Als u het station selecteert waarop Windows is geïnstalleerd, zijn deze opties allemaal beschikbaar op het tabblad Schijfopruiming. Als u een ander station selecteert, zijn alleen de opties Prullenbak en Bestanden catalogiseren voor indexering beschikbaar op het tabblad Schijfopruiming.

Het tabblad Meer opties bevat opties voor het opruimen van Windows-onderdelen en geïnstalleerde programma's. Met de optie Windows-onderdelen wordt vrije ruimte gemaakt door optionele niet-gebruikte Windows-onderdelen te verwijderen. Als u op de knop Opruimen van deze optie klikt, wordt de wizard Windows-onderdelen gestart. Met de optie Geïnstalleerde programma's wordt er meer schijfruimte vrijgemaakt doordat programma's die u niet gebruikt, worden verwijderd. Als u op de knop Opruimen klikt, wordt de optie Programma's wijzigen of verwijderen van het onderdeel Software gestart.

De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
Trefwoorden: 
kbqfe kbhotfixserver kbinfo KB253597
Delen
Extra ondersteuningsopties
Microsoft Community Support-forums
Neem rechtstreeks contact met ons op
Een door Microsoft gecertificeerde partner zoeken
Microsoft Store